Op de spiegel staan kinderhandjes
Er ligt een stuk appel op de mat
Als ik even naar het toilet ga
Drijven er boeken in het bad
Terwijl ik een wasje opzet
Parkeer ik jou in de mand
Wanneer ik mijn hoofd weer terugdraai
Balanceer je op de rand
Ik grijp je nog net bij je hemdje
Voor je je hoofd in bad dopen kan
Ik zet je stoel klaar in het water
Zodat je straks niet ontsnappen kan
Je staat alweer naast de toiletpot
Ik graai je hand eruit
Een klokhuis draait rond in de wasmachine
Tja
Je at tenminste je fruit
