In de donkere ruiten van de trein zag George geen tunnel, maar zijn eigen weerspiegeling. Op zijn hoofd droeg hij een donkerblauw, afgedragen petje, dat de kleur van zijn ogen benadrukte. Als hij zijn billen opspande en zijn nek uitrekte, kon hij nog net zijn neus zien, die rood was van de kou. Zijn mond, zijn rafelige jas en zijn broek met een gat in de knie bleven onzichtbaar. Hij wuifde even naar zichzelf, om zich dan weer te laten zakken.
Uit zijn jas haalde hij een luciferdoosje. Hij draaide het enkele keren om tussen zijn vingers en schoof het open. Het doosje maakte een schrapend geluid bij het opengaan. Nu kon George de steentjes tellen die hij erin bewaarde.
Plots ging de deur van de gang open en kwam een schelle stem hem tegemoet.
‘Maar ik wilde daar zitten! Ik vind dit niet leuk,’ huilde een meisjesstem.
George wilde zijn hoofd omdraaien, maar het kind en haar moeder stonden al naast hem. Ze gingen schuin tegenover hem zitten, aan de andere kant van het gangpad. Uit zijn ooghoek bespiedde hij het meisje, die met rode, waterige ogen voor zich uit keek. Ze droeg een wit jurkje met plooitjes en een groene strik in haar haar. Haar moeder, met hele hoge hakken aan haar voeten, hield haar handtas tegen zich aangeklemd. Daarin zat zeker een goed gevulde portefeuille. George keek naar de zetel naast zich. Geen vader, geen moeder, geen handtas of portefeuille. Alleen maar George, in zijn eentje op de trein.
Het meisje prutste stil aan de gouden armband rond haar pols, tot haar moeder de hand wegsloeg.
‘Zit stil!’
Opnieuw welden de tranen op in haar ogen. George voelde een steek in zijn maag. In stilte schoof hij naar de rand van de zetel, zodat enkel het gangpad hem nog van het meisje scheidde. Haar moeder had documenten op het tafeltje bij het raam gelegd en leek niet meer op haar dochter te letten. George nam heel voorzichtig een steentje uit zijn luciferdoosje, en liet het aan het meisje zien. Haar ogen klaarden op. Stiekem reikte hij het haar aan.
Het meisje tastte in de plooien van haar jurk en haalde een rechthoekig kanten prulletje boven. Pas toen ze het openschoof, zag hij dat het ook een luciferdoosje was. Ze nam er iets uit en gaf het hem, zonder dat haar moeder het merkte.
Het was het mooiste steentje dat hij ooit had gezien.
Steentjes
0
