Met de fiets neem je me mee
In je bijzondere wereld
Waar je elk verkeersbord telt
Met oneindig veel geduld
Je wil steeds dezelfde omweg maken
Om naar ons oude huis te zwaaien
En bij elk blaadje moet je stoppen
Het bekijken, het omdraaien
In het bos houd je halt
Om te krabben aan je been
Om te vertellen, je neus te snuiten
Gewoon te kijken om je heen
Dan nog een omweg naar die tractor
Waar je steeds over vertelt
En daar een blaasbloem plukken
De pluisjes zien vliegen over het veld
De zon is al bijna onder
Als we thuis zijn, ik en jij
Mijn vingers zijn koud, maar mijn ogen stralen
Dit wonderkind hoort bij mij
