Soms ben ik ongeduldig
Soms roep ik en ik brul
Soms kan ik niet mee droevig zijn
Om een onnozele prul
Soms wil ik je snel je bed in
Gewoon geen verhaaltje meer
Soms wil ik niet meer zingen
Voor de honderdduizendste keer
Dan leg ik je in je bedje
Klamp jij je stevig vast
Met je warme armen rondom mij
In het donker op de tast
Ik geef je een dikke zoen
Aai nog eens over je bol
En mijn vaatje van geduld
Is plots weer helemaal vol
